Strict Standards: Only variables should be assigned by reference in /home/vwgbiesb/public_html/plugins/system/gcalendar/gcalendar.php on line 61
Historie

Historie

Ontstaan

Algemeen wordt aangenomen dat de Biesbosch is ontstaan tijdens de Sint Elisabethsvloed van 1421. Een groot gebied in zuidwest-Nederland (de Zuidhollandse of Groote Waard) raakte toen, tijdens een zware noordwesterstorm, overstroomd. Hierdoor en door enkele overstromingen kort daarop, ontstond het grootste Europese zoetwatergetijdengebied; de Biesbosch.

Oorspronkelijk betrof het een binnenzee met een oppervlakte van ruim 40.000 hectare die zich uitstrekte tussen de stad Dordrecht in het noorden, het land van Heusden en Altena in het oosten, de Brabantse zandgronden in het zuiden en de Hoekse Waard in het westen. De overlevering noemt het gebied van de Groote Waard een welvarend (cultuur)gebied; “de graanschuur van Holland”, maar het is aannemelijk dat het gebied vóór 1421 ook al veel natuurlijke elementen kende. Getijdekreken, die diep het gebied in liepen, ooibossen en veenmoerassen met daartussen kleinschalige cultuurpolders en gras- en  hooilanden.

Copperprent

Versnippering

In de loop der tijd werd weer veel overstroomd gebied drooggelegd en ingepolderd.

Ten gevolge van het graven van de Nieuwe Merwede, medio 19e eeuw, werden de Brabantse en de Zuidhollandse Biesbosch van elkaar gescheiden.

Door inpoldering van de Noordwaard en de Oostwaard, eveneens rond die tijd en de inpoldering van een groot deel van de Dordtse Biesbosch in het eerste kwart van de 20e eeuw, raakte het gebied verder versnipperd en zo ontstonden er drie deelgebieden; de Brabantse, de Dordtse en de Sliedrechtse Biesbosch.

Kop van de Oude Wiel

Oorspronkelijk liepen gebieds- en eigendomsgrenzen dwars door het gebied. Het middendeel van de Sliedrechtse Biesbosch behoorde tot de gemeente Sliedrecht, maar het oostelijke puntje (Kop van de Oude Wiel) ressorteerde onder Werkendam en was dus Brabants. Het meest westelijke deel van de Sliedrechtse Biesbosch was van oudsher Dordts grondgebied. 

In de Dordtse Biesbosch liep de grens tussen Zuid-Holland en Noord-Brabant door het Gat van Kielen. Het meest zuidelijke deel van de Dordtse Biesbosch (Beversluisplaten) behoorde tot de gemeente Hooge en Lage Zwaluwe en de rest was Hollands. Deze schijnbaar vreemde begrenzing was het gevolg van de oude situatie waarbij de scheidslijn werd gevormd door de eigendommen van de Grafelijkheid van Holland en die van Nassau. Pas aan het eind van de 20e eeuw werden de huidige gemeente- en provinciegrenzen in de Biesbosch vastgesteld.

IJsvogel

Vogelaars

Direct na het ontstaan van de Biesbosch stonden vogels al erg in de belangstelling. De vogelaars van de vorige eeuwen hadden echter een andere doelstelling dan die van nu. Overal in de Biesbosch werden eendenkooien en andere vanginrichtingen gebouwd om de vogels te kunnen vangen. Hier en op de trekbanen werden eeuwenlang miljoenen vogels voor de consumptie gevangen. Het “Gat van de Vogelaar” en de “Vogelaarssloot” zijn benamingen die uit die tijd stammen en verwijzen naar eendenkooien.

In de Gouden Eeuw werd er veel geld verdiend met de handel in vogelveren. Vooral de veren van reigerachtigen (mode) leverden veel geld op. Blauwe reigers werden echter niet alleen om hun veren vervolgd. In de 17e eeuw werden nestjongen van blauwe reigers als een lekkernij beschouwd en in Dordrecht aan regenten aangeboden om zaken geregeld te krijgen. Deze steekpenningen werden verkregen door de nestjongen met lange puntige stokken uit de lage reigernesten te spietsen.

Ook kleinere vogels werden in die tijd niet versmaad. Uit een vangstboekje van een vinkenbaan, uit de jaren 1865-1870, blijkt dat er op trekbanen in en rond de Biesbosch veel klein gevogelte voor de consumptie (slavinken, blinde vinken) werd gevangen. Jaarlijks van eind september tot half november werd er intensief op dergelijke vinkenbanen gevangen. In die periode werden er op de betreffende vinkenbaan in totaal 2455 vogels gevangen waaronder bijzondere soorten zoals bijv. 197 haverkneuen (=Geelgors), 12 dubbele haverkneuen (= Grauwe gors), 3 kneuvrijters (= Frater), 3 vischmusschen (= IJsvogel) en 1 oudgaren (= Wielewaal).

De vogelaars van toen hielden op een heel andere manier van vogels dan die van nu.

Ontpoldering

Ten gevolge van natuurontwikkeling en ontpoldering, in het kader van de veiligheid (Ruimte voor de Rivier), is de laatste tijd getracht de deelgebieden weer te verbinden en de Biesbosch groter te maken. Dit heeft geleid tot de ontpoldering van landbouwenclaves in de Sliedrechtse Biesbsoch, de aanleg van de “Kleine en de Grote Noordwaard” in de Brabantse Biesbosch en plannen voor realisatie van de “Nieuwe Dordtse Biesbosch” op het Eiland van Dordrecht. Hierdoor zal de Biesbosch niet alleen een grote areaalwinst boeken, maar ook een enorme ecologische impuls krijgen.

Ontpoldering van de Noordwaard

Voor vogels en andere dieren zijn deze ontwikkelingen pure winst. Het heeft geleid tot de vestiging van de Zeearend als broedvogel en zal in de toekomst zeker voor nog meer hoogtepunten zorgen.

2012.
By: Joomla Free Templates